Hoe werkt fotograferen met scherptediepte?

Hoe werkt fotograferen met scherptediepte?

Hoe werkt fotograferen met scherptediepte? Fotograferen wordt uiteraard een stuk interessanter als je optimaal kunt spelen met scherpte en diepteperspectieven.

Foto’s waarop alles even scherp zichtbaar is, spreken vaak nauwelijks tot de verbeelding. Een belangrijke manier om meer controle over het beeld te krijgen, is door gebruik te maken van scherptediepte.

Hiermee wordt het gedeelte in de foto dat scherp is, aangeduid. Maar werkt fotograferen met scherptediepte precies?

 

Onderwerp scherpstellen

Wanneer scherptediepte groot is, dan is alles op de foto scherp in beeld en als het minuscuul is, dan is haast het hele beeld onscherp.

Je kunt scherptediepte inzetten om een bepaald deel van het beeld scherp in beeld te laten, terwijl je de rest onscherp maakt.

Zo kun je extra aandacht geven aan een detail of duidelijk maken wat je belangrijk vindt dat de kijker ziet. Dit zie je vaak terug bij portretfoto’s, waarbij de achtergrond wazig wordt gemaakt.

Je trekt zo alle aandacht weg bij de omgeving en kunt met scherptediepte de aandacht naar het portret brengen.

Het punt waarop je scherp stelt is het enige deel in het beeld dat scherp wordt. Alles eromheen wordt langzaamaan steeds minder scherp.

Je gebruikt hiervoor 1/3 van de lengte van de scherptediepte voor het scherpstelpunt, wat eindigt ongeveer 2/3 na ditzelfde punt.

Er zijn verschillende factoren te benoemen die bijdragen aan de werking van scherptediepte, namelijk de grote van de sensor, de brandpuntafstand van het objectief, de afstand tot het onderwerp en het diafragma.

De scherptediepte wordt vanzelf kleiner, zodra je een grotere sensor hebt.

 

Brandpuntafstand

Eén van de factoren die de scherptediepte bepaalt, is de brandpuntafstand van je objectief.

De variabele van de brandpuntafstand wordt in millimeter aangegeven, waarbij geldt dat hoe hoger het aantal millimeters is, des te kleiner zal de scherptediepte uitvallen.

Als je kiest voor een groot hoek objectief met een kleine brandpuntafstand, krijg je dus een grotere scherptediepte met een groot gedeelte scherp beeld.

Met een teleobjectief met een hogere brandpuntafstand in millimeters, dan geeft dit een kleinere scherptediepte en kun je dus inzoomen op details.

Een klein gedeelte zal dan scherp in beeld zichtbaar zijn. In optisch opzicht blijft de scherptediepte ongewijzigd, wat betreft de brandpuntafstand.

Een kleinere beeldhoek zorgt er echter voor dat je enkel een kleiner gedeelte ten opzichte van de achtergrond ziet.

 

Diafragma

De uiteindelijke scherpte die in een foto is terug te zien, wordt voornamelijk bepaald door het diafragma. Van alle variabele factoren die bij scherptediepte komen kijken, is dit het enige onderdeel dat je zelf in kunt stellen, om het effect te krijgen waarnaar je op zoek bent.

Je kunt heel gemakkelijk spelen met de scherptediepte door middel van het diafragma. Hierbij geldt dat hoe groter de diafragma opening is, des te kleiner zal de scherptediepte in de foto uitvallen.

Gebruik een hoger getal om juist een kleinere diafragma opening te kiezen en een grotere scherptediepte te realiseren.

Een lager getal betekent het omgekeerde, namelijk een grotere diafragma opening, maar een kleinere scherptediepte.

Er komt minder licht binnen bij een kleiner diafragma, waardoor je juist weer een langere sluitertijd krijgt.

Het kan in het begin nog erg lastig zijn om hier grip op te krijgen, toch is gelijk in het beeld zichtbaar wat de verschillende effecten zijn bij wisselende diafragma openingen.

Afstand tot objectief

Een andere belangrijke en bepalende factor in de scherptediepte is de afstand die je tot je onderwerp inneemt.

De scherptediepte wordt kleiner, naarmate je dichterbij het scherpstelpunt gaat fotograferen. Hoe verder je van je onderwerp af staat, des te scherper zul je alles kunnen scherpstellen.

Als je dichtbij gaat scherpstellen, dien je ervoor te zorgen dat je voldoende ruimte voor scherptediepte hebt, om te kunnen inzoomen op het onderwerp van je keuze.

Bij veel spiegelreflexcamera’s zit standaard een scherptedieptecontrole ingebouwd, die actief wordt, zodra je op de focusknop drukt.

Het diafragma past zich dan aan het onderwerp en zal zelf de juiste opening zoeken, waardoor de scherptediepte duidelijk wordt.

Dit is uiteraard ook zelfstandig in te stellen, zodat je hier zelfstandig controle over hebt en de effecten kunt behalen die je in gedachten hebt.

 

Spelen met scherptediepte

Door de verschillende scherptes toe te passen, kun je verschillende effecten realiseren in foto’s.

Je kunt met een langere sluitertijd beweging weergeven, door deze onscherp te maken.

Het onderwerp komt dan niet scherp in beeld, wanneer je de foto maakt. Je creëert een soort bewegingsonscherpte, doordat het onderwerp gedurende de sluitertijd niet op dezelfde plek blijft. Je kunt twee tactieken gebruiken, om bewegingsonscherpte te realiseren.

Het onderwerp zelf kan bewegen tijdens de opname, maar je kunt er ook voor kiezen om de camera te laten bewegen.

In het laatste geval zal het gehele beeld onscherp zijn. Als er slechts een deel onscherp is, dan heeft het onderwerp bewogen.

Bij landschapsfoto’s kan het juist weer beter zijn om zoveel mogelijk in de voorgrond zichtbaar te krijgen.

Hiervoor gebruik je een grote scherptediepte.

Om een goed dieptebeeld te krijgen, waarbij zowel de afstand als de voorwerpen in de voorgrond acceptabel scherp zijn, dien je scherp te stellen op een afstand van 1/3 tot het verste punt in het beeld.

 

Blijven oefenen

Er zijn zo zeker verschillende aandachtspunten waarop je moet letten voordat je scherptediepte goed kunt inzetten voor het maken van professioneel, geslaagde foto’s.

Afhankelijk van het onderwerp dat je wilt vastleggen en de omgeving die wel of juist niet zichtbaar moet zijn in het verhaal van de foto, zul je met de apparatuur kunnen spelen tijdens het fotograferen.

Zo zijn bijzondere resultaten te behalen en zul je steeds beter begrijpen hoe de verschillende onderdelen invloed op elkaar uitoefenen.

Hoe beter je de logica achter het fotograferen begrijpt en weet hoe de sluitertijd, het diafragma en de brandpuntafstand elkaar beïnvloeden, des te gemakkelijker kun je de instellingen op de juiste manier gebruiken voor de gestelde doeleinden.

Zo kun je foto’s maken met een wazige achtergrond als de aandacht bij het onderwerp op de voorgrond moet liggen, of juist meer de nadruk leggen op de omgeving in de verte, waarbij de voorgrond een aangename onscherpte krijgt.

Verschillende effecten zijn zo gemakkelijk te bereiken en het is voor elke fotograaf zowel een uitdaging als een enthousiaste ontdekkingstocht om hierin de juiste compositie te vinden. Ook kun je dit allemaal stap voor stap leren in een online fotografie cursus.

Cynthia

Over de Auteur

Mijn naam is Cynthia en ik ben al jaren actief met het maken van foto’s. Zo heb ik zelf diverse cursussen gevolgd en woon ik regelmatig workshops bij.

Fotograferen is echt mijn passie. Omdat ik in de jaren veel heb geleerd, wil ik nu graag mijn kennis met je delen, zodat ook je meer uit je fotografie kunt halen!

Heb je de gratis Fotografie webinar al gevolgd? Een echte aanrader!
Klik hier om je aan te melden ⇨