Hoe werkt fotograferen?

Hoe werkt fotograferen?

Hoe werkt fotograferen? Voor veel mensen is fotograferen een fanatieke hobby, die veel vreugde biedt en prachtige plaatjes oplevert.

Je kunt dit als amateur blijven oppakken en fraaie kiekjes maken tijdens vakanties en sociale gelegenheden, maar je kunt het uiteraard ook grootser uitbouwen en professioneel fotograaf worden.

Voor iedereen geldt hierin hetzelfde: om mooie foto’s te maken, zul je de kunst van het fotograferen onder de knie moeten krijgen.

Het is namelijk niet zo dat je met het aanschaffen van een nieuwe, luxueuze camera gelijk dezelfde kwaliteit aan foto’s kunt schieten als mensen die hier al decennia in geoefend zijn.

Tenzij je over een onbesproken natuurlijk talent beschikt, zul je toch moeten leren hoe fotograferen precies in zijn werking gaat.

Een goede motivatie zal bijdragen aan het toe-eigenen van adequate vaardigheden, die het mogelijk maken om ook zelf op professioneel niveau waardevolle foto’s te kunnen aanbieden aan klanten of geïnteresseerden. Trainingen en cursussen zullen je helpen om je vaardigheden steeds verder te vergroten.

Creatieve instelling

Iedereen kan mooie foto’s maken, maar wanneer je hier veel creativiteit in kunt leggen, zijn de mogelijkheden oneindig. Het maken van een goede foto vereist een creatieve instelling en kennis over de technische eigenschappen van de apparatuur die je gebruikt.

Je vertaalt een idee dat je in gedachten hebt, naar een uiteindelijk beeld dat met je camera geschoten kan worden.

De combinatie tussen creatieve ideeën en vaardigheden in het gebruik van de camera zullen ervoor zorgen dat je uniek beeldmateriaal kunt creëren, waarvan menigeen versteld zal staan.

De creativiteit zul je in jezelf moeten gaan ontdekken en is naarmate je beter je camera weet te bedienen, zeker te verrijken.

Het is daarom ook belangrijk om goed te leren hoe je camera werkt, hoe je hiermee om moet gaan en welke mogelijkheden alle diverse functionaliteiten je te bieden hebben.

De technische kennis is gelukkig gemakkelijk te vergroten door de handleiding van je toestel en door het volgen van cursussen of trainingen.

Ook hierin krijg je vaak meer uitleg over de verschillende functies en hoe je deze kunt inzetten in bijvoorbeeld uiteenlopende weersomstandigheden om precies die speciale foto’s te krijgen, waarnaar je op zoek bent.

Welke camera kies je?

Als je echt met het fotograferen aan de slag wilt, zul je al snel bemerken dat de mogelijkheden voor het vinden van een geschikt toestel eindeloos zijn.

Er zijn veel verschillende soorten camera’s en allen bieden ze wel iets unieks, waar fraaie foto’s mee zijn te realiseren.

De meesten werken echter volgens drie overeenkomstige principes, namelijk de sluitertijd, het diafragma en gevoeligheid die is uitgedrukt in iso.

Deze drie waarden bepalen de belichting voor je foto’s en het is dan ook van essentieel belang dat je leert hoe je deze juist moet instellen.

Het maakt hierbij niet uit of je een compact camera hebt, een spiegelreflex of een midden formaat camera.

Elke camera heeft unieke kenmerken en eigenschappen waarvan je enkel de mogelijkheden kunt benutten als je het toestel terdege kent.

Zo haal je het maximale uit je aankoop. Een goede spiegelreflexcamera heeft doorgaans voordelen ten opzichte van een simpele compact camera, waarbij alles redelijk geautomatiseerd staat ingesteld.

Je beschikt over een snellere en grotere sensor, waardoor je meer met scherptediepte kunt spelen.

Ook kun je hierbij gemakkelijker grotere objectieven plaatsen, waardoor je meer kunt variëren in afstand, scherpte en perspectief.

Sluitertijd op camera’s

Om een goede foto te maken, heb je voldoende of juist licht nodig. De camera kan namelijk niet goed een beeld pakken, dat nauwelijks zichtbaar is.

Je kunt met juist licht een bepaald moment in tijd vastleggen. Dit licht zal voor een bepaalde tijdsduur op de sensor terechtkomen.

Deze tijd die voor het fotograferen nodig is, wordt de sluitertijd genoemd. Een klein mechanisme dat voor de sensor van een digitale camera zit, bepaald hoe lang het licht op de sensor zal vallen en maakt hiervoor gebruik van een sluitergordijn.

Zolang het sluitergordijn gesloten is, zal er geen licht op de sensor belanden en kan er ook geen afdruk worden gemaakt.

Zodra er een foto genomen wordt, klapt een spiegel open, waardoor het licht naar de zoeker van je camera wordt gestuurd. Voordat het licht echter bij de sensor belandt, moet het eerst langs het sluitergordijn.

Deze schuift open voor de duur van de sluitertijd, waardoor het licht op de sensor valt en de foto kan worden gemaakt.

De ingestelde sluitertijd bepaalt hoelang het gordijn openblijft en wanneer deze weer sluit, waardoor de sensor verduisterd wordt.

Door de sluitertijd aan te passen, kun je bepalen hoeveel beweging er op de foto zichtbaar wordt. Deze kun je zelf instellen, maar ook automatisch door de camera laten bepalen.

De sluitertijd is vaak in te stellen tot een aantal seconden, tot wel 30 seconden. Een fractie van een seconde is eveneens mogelijk, waarbij je sluitertijden van 1/4000 of 1/8000 van een seconde kunt hanteren.

Je krijgt zo geheel andere effecten van beweging op een foto vastgelegd.

Diafragma bij fotograferen

Een ander onderdeel wat bij fotograferen komt kijken, als het aankomt op het regelen van het licht, is het diafragma.

Met het diafragma kun je namelijk de hoeveelheid licht dat op de sensor valt bepalen. Het diafragma bevindt zich in je objectief en is te vergelijken met een setje van flinterdunne lamellen, die met elkaar verbonden zijn.

Je kunt deze lamellen open en dicht doen, maar ook ervoor zorgen dat ze ergens hier tussenin blijven staan.

Het diafragma bepaalt hoeveel van het beeld scherp wordt in de foto. Door met een open diafragma te fotograferen, zal er veel licht binnenkomen.

Het resultaat is dan dat er enkel een klein gedeelte scherp is in de foto. Wanneer je echter het diafragma meer sluit, dan zal er juist veel scherp zijn in de foto.

Je kunt dus aansturen op welke objecten in de foto je meer nadruk wilt leggen. Je bepaalt er immers de scherptediepte mee voor de foto.

Iso voor bijstellen

Iso is een begrip om een bepaalde gevoeligheid voor licht aan te duiden. Je kunt zo veilig werken en de kwaliteit van je foto bevorderen.

Met iso kun je de gevoeligheid van de sensor bepalen, waardoor als een bepaalde hoeveelheid ligt binnen op de sensor belandt en alsnog een te donker effect geeft, dit via iso is bij te stellen.

Hoe hoger de iso die je inzet, des te meer ruis er kan ontstaan. Het kan echter noodzakelijk zijn om te compenseren tussen de sluitertijd en diafragma waardoor je een hoger iso wilt inzetten. Door te oefenen met deze kennis, zul je goed leren fotograferen.

 

Cynthia

Over de Auteur

Mijn naam is Cynthia en ik ben al jaren actief met het maken van foto’s. Zo heb ik zelf diverse cursussen gevolgd en woon ik regelmatig workshops bij.

Fotograferen is echt mijn passie. Omdat ik in de jaren veel heb geleerd, wil ik nu graag mijn kennis met je delen, zodat ook je meer uit je fotografie kunt halen!

Heb je de gratis Fotografie webinar al gevolgd? Een echte aanrader!
Klik hier om je aan te melden ⇨